Steden Trip


Annaberg-Buchholz ( 12 km.van Jöhstadt )
Dit fraaie stadje met zo’n 20.000 inwoners in het “Oberen Erzgebirges” is zijn
bezoek meer dan waard en ligt centraal gelegen in het Ertsgebergte. 
Daarom wordt het ook wel de hoofdstad van het Ertsgebergte genoemd.
Annaberg-Buchholz is ook bekend van de wiskundige Adam Ries die aan
de basis stond van de moderne wiskunde.
Zoals vele stadjes en dorpjes in het Ertsgebergte is ook Annaberg-Buchholz
ontstaan uit de mijnbouw. Het ‘Ertsgebergte Museum’ tegenover
de St. Anna kerk laat zien hoe dit allemaal is ontstaan.

De Altstadt
Het romantische stadscentrum, de “Altstadt’, is prachtig en de centrale plaats
in de stad. Rondom de marktplaats lopen de straatjes omhoog en omlaag en is er veel te ontdekken.
Tijdens de advent is de markt omgetoverd tot een van Duitsland´s mooiste kerstmarkten.
In Januarie en Februarie staat op de markt een kunstijsbaan.

Laat Gotische St. Anna-kerk
Er zijn een paar bijzondere kerken in Annaberg, met name de St. Annakerk
die letterlijk boven de stad uittorent is een bezoek meer dan waard. Deze laat
Gotische Hallen-kerk met een toren van 78 meter is gebouwd in 1499 en is
het symbool van de stad geworden. De kerk en de toren kunnen worden
bezocht. Het uitzicht vanaf de toren is fantastisch.


St. Marien Bergkerk
In een klein zijstraatje van de centrale marktplaats is een bijzonder kerkje te
vinden, namelijk de Bergkerk St. Marien. Dit kerkje werd gebouwd in 1511 en
heeft een bijzondere geschiedenis. Deze kerk is tot 2 maal toe beschadigd
door brand en is in 2005 na een omvangrijke verbouwing weer in ere
hersteld. Het interieur is erg mooi en het bijzondere aan deze kerk is de
beeldengroep die het kerstverhaal uitbeelden. Deze bijna manshoge beelden
zijn door de lokale houtsnij-kunstenaars gemaakt en bekostigd door de
inwoners van de stad. 




Oberwiesenthal ( 20 km.van Jöhstadt )
Het mooie stadje Oberwiesenthal ligt 21 km ten zuiden van Annaberg-Buchholz
in het centrale deel van het Ertsgebergte tegen de Tsjechische grens aan. De
geschiedenis van Oberwiesenthal gaat terug naar 1527 toen er voor het
eerst zilver werd gevonden en de mijnbouw in de regio opgestart werd.
Na de tweede wereldoorlog waren het de Russen die uranium wonnen
maar dat is na de val van de muur gestopt.
Tegenwoordig is Oberwiesenthal een wintersportplaats bij uitstek en
ook het eindpunt van de nostalgische Fichtelberg baan. Interessant
detail is dat Oberwiesenthal met 914m de hoogst geleden stad van
Duitsland is.
Naast wintersportplaats is Oberwiesenthal ook een luchtkuuroord met
tal van voorzieningen, zoals zoutgrotten, infraroodcabines, massages
en sauna’s.

Fichtelbergbaan
Een paar kilometer ten zuiden van Annaberg-Buchholz ligt het plaatsje
Cranzahl, dit is de startplaats van de nostalgische Fichtelberg Baan, de
stoomtrein naar Oberwiesenthal. De door een stoomlocomotief
aangedreven trein verlaat Cranzahl (654m) dagelijks tussen 10:00 en
18:00 uur en doet er een uur over om station Oberwiesenthal te
bereiken op 893m. Onderweg doet de trein de stations Unterneudorf,
Neudorf, Vierenstraße, Kretscham-Rothensehma, Niederschlag,
Hammerunterwiesenthal en Unterwiesenthal aan.

Fichtelberg
De Fichtelberg is een begrip in de regio Vogtland en Ertsgebergte. Het
is met 1214 meter de hoogste berg in Saksen en is een heerlijk doel
voor een dagje uit. De wandelpaden zijn eindeloos mooi, de
vergezichten over het Ertsgebergte uniek en er is van alles te beleven
zoals een cabinebaan naar Oberwiesenthal. Van hieruit kan ook een
wandeling gemaakt worden naar de Keilberg (1244m), deze is gelegen
in Tsjechië. Naast het in 1999 herbouwde Fichtelberg Hotel bevindt zich
het weerstation. De flora is ook bijzonder, door de hoge ligging komen
hier alpine plantensoorten voort. Een bezoek aan de Fichtelberg is zeer
aan te bevelen.
In 1889 is door Oskar Pusch het Fichtelberghaus op de Fichtelberg
gebouwd. Vanwege het vele verkeer op de hoogste berg in Saksen
werd dit huis in 1910 uitgebreid. In 1924 werd de kabelbaan gebouwd
wat voor nog meer bezoekers op de berg zorgde. Na een brand in 1963
werd het hele huis opnieuw gebouwd met een 42 m hoge uitkijktoren
erbij. Dit huis was in de kenmerkende sobere DDR-stijl gebouwd. Eind
jaren 90 is het huis weer in de oorspronkelijke stijl gebouwd met een
nieuwe uitkijktoren van 31 meter hoog.




Chemnitz ( 46 km van Jöhstadt )
Chemnitz is na Leipzig en Dresden de derde stad in grootte in Saksen. Chemnitz telt circa 241.000 inwoners.
Van 1953 tot 1990 heette de stad Karl-Marx-Stadt.
Chemnitz heeft een technische universiteit en is een belangrijk spoorwegknooppunt. Bekend is het Karl Marx-monument, een van de grootste bustes ter wereld. 

De stad Chemnitz is in de twaalfde eeuw ontstaan uit een benedictijnenklooster en is vernoemd naar de gelijknamige rivier. Al in de Middeleeuwen was Chemnitz een belangrijke stad voor de handel en de economie. Aan het eind van achttiende eeuw deed de industrie haar intrede.

Op 5 maart 1945 werd de stad door geallieerde bombardementen zwaar beschadigd. Tussen 1949 en 1990 viel Chemnitz onder de Duitse Democratische Republiek (DDR). In 1953 verving de regering van de DDR de naam Chemnitz door Karl-Marx-Stadt.
Na de val van het IJzeren Gordijn stemde de bevolking van Chemnitz in 1990 in een referendum voor het herstel van de oude naam.

Enkele musea zijn:

Industriemuseum Chemnitz
Sächsisches Eisenbahnmuseum
König-Albert-Museum
Museum für Naturkunde Chemnitz
Schloßbergmuseum Chemnitz

Deutsches Spielemuseum





Praag, De gouden stad met de honderd torens ( 132 km van Jöhstadt )
Praag is liefde op het eerste gezicht. De stad is betoverend en vol pracht en gratie. Praag is verslavend. Zelfs na verschillende bezoeken wil je terug naar de gouden stad met honderd torens, ook al heb je de meeste bezienswaardigheden gezien.


Na de Fluwelen Revolutie van 1989, onderging de stad een metamorfose. Praag straalt en schittert als nooit tevoren. Klim naar de Burcht, slenter door het Gouden Straatje en flaneer over de Karelsbrug. Bezichtig paleizen, kerken en musea. Beklim een van de vele torens voor het beste uitzicht over de stad. Verdwaal in het doolhof van middeleeuwse straatjes en stegen. Rust uit op een terrasje op het Oudestadsplein voordat je naar het schouwspel van de astronomische klok gaat kijken.


Dresden ( 106 km. van Jöhstadt )
De Saksische stad Dresden staat bekend om zijn prachtige oude binnenstad, rijke geschiedenis en prachtige natuur (zowel in de stad zelf als rondom de stad).
De Saksische hoofdstad is opgesplitst door de Elbe waar zowel de Altstadt (ten zuiden), als de Neustadt (ten noorden) aan gelegen liggen. De brede Elbwiesen zorgen voor het nodige groen in de stad. Ja, Dresden is een stad met een perfecte verhouding tussen een mooie historische binnenstad, alternatieve cultuur en veel groen.

Altstadt
De Altstadt is het oudste deel van Dresden en stamt uit de keizerlijke geschiedenis. 
In dit stadsdeel vind je de bekendste bezienswaardigheden en dus ook de meeste toeristen. 
Niet verwonderlijk, wantde Zwinger (paleiscomplex dat nu als museum dient)
de Brühlsche Terrasse (terras als “balkon van Europa” met mooi uitzicht over de Elbe)
de Frauenkirche (Evangelisch-Lutherse kerk uit 1743) en de Katholischer Hofkirche  (Katholieke kerk uit 1755) zijn absoluut het bekijken waard. 
Als je via de Augustusbrücke de binnenstad inkomt dan heb je in één blik de mooie oude skyline in je blikveld, een erg fotogeniek plaatje bij dag en nacht. Wanneer je in de oude binnenstad rondloopt heb je even het gevoel alsof je terug gaat in de tijd, op een positieve manier, alles is zo mooi gerestaureerd en sfeervol!

Dat de oude binnenstad nog maar erg klein is het treurige gevolg van de bombardementen in 1945. Na de oorlog hebben grote stukken grondgebied in het centrum van Dresden braak gelegen omdat de DDR geen geld had om de boel op te knappen. Pas veel later zijn deze open plekken opgevuld met bouwwerken in vele verschillende bouwstijlen. Zo is de “Neumarkt” ook daadwerkelijk nieuw (2005) en siert het plein rondom de Frauenkirche (opgeknapt in 2005). Dat de Neumarkt slechts enkele jaren oud is zou je absoluut niet zeggen, want de markt is in originele stijl teruggebouwd. Het Kulturpalast (1962) is het perfecte voorbeeld van de mix aan bouwstijlen in de oude binnenstad, dit socialistische bouwwerk doet direct aan het Palast der Republik denken en past niet bepaald binnen het keizerlijke beeld van de Dresdener Altstadt.

Neustadt
De naam van dit stadsdeel kan enigszins verwarrend werken. Zo “neu” is de Neustadt namelijk helemaal niet, het hart van de barokke Neustadt stamt namelijk uit +/- 1730. De naam heeft dit stadsdeel echter te danken aan het feit dat het na de Altstadt is gebouwd en toentertijd relatief nieuw was. De naam draagt deze wijk altijd nog. Qua sfeer deed me deze wijk erg denken aan het Berlijnse Friedrichshain van 10 jaar geleden. Het heeft een alternatieve flair, mooie fassades worden afgewisseld met vervallen Plattenbau en tussen dat alles vindt je veel leuke barretjes, restaurants, Biergarten en boetiekjes. Daarnaast is het gros van de musea hier te vinden. In de Neustadt bevinden zich onder andere het Erich-Kästner-Museum, het Staatliche Museum für Völkerkunde, het Museum der Dresdner Romantik en het Dresdner Fußballmuseum. De grote voetgangerszone/winkelstraat is de Königstraße welke uitloopt op de Augustusbrücke die de Altstadt met de Neustadt verbindt.

Kerstmarkt
Groot, traditioneel en vooral gezellig. Dat is de kerstmarkt van Dresden. De Dresdner Striezelmarkt is een van de oudste en meest traditionele kerstmarkten van Duitsland, al sinds 1434 (!) vindt deze plaats tijdens de adventperiode op de Altmarkt. Daarnaast zijn er nog kleinere kerstmarkten te vinden in de Prager Straße, de Hauptstraße en rondom de Frauenkirche. De kerstmarkten trekken jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen bezoekers. Dat zijn 5 keer zoveel inwoners als de stad eigenlijk heeft.


Leipzig ( 136 km.van Jöhstadt )
De stad zit vol met verhalen, Oud en nieuw staan er letterlijk zij aan zij.
Ondanks de verwoestingen tijdens WOII en de stilstand in de DDR-tijd, heeft de stad zich gevormd tot een hippe, populaire plek waar heden en verleden elkaar afwisselen. Denk aan pleinen waar muzikanten spelen en musea in de huizen waar muziekmeesters als Bach en Mendelssohn hebben gewoond.

Geschiedenis tijdens de muziekroute
Ontdek de geschiedenis van Leipzig: loop de zogenoemde Muziekroute, bezoek het Mendelssohn Haus (Goldschmidtstrasse 12), het Bach Museum (Thomaskirchhof 15) of het Robert Schumann Haus (Inselstrasse 18) voor een portie muziekhistorie.

Eten en drinken op de Karl-Liebknecht-Strasse
Op de Karl-Liebknecht-Strasse vind je veel cafés waarvan een aantal in verlaten gebouwen zijn gehuisvest. Je vindt er ook internationale restaurants, kleurrijke barretjes en pubs, gezellige borrellocaties en een aantal clubs. Voor kunst ga je naar de Karl-Heine-Strasse, middenin kunstenaarswijk Plagwitz, waar veel kunstenaars wonen en werken.

Allermooiste museum
Het Altes Rathaus (oude stadhuis) op de markt is volgens de locals een van de mooiste Duitse renaissance gebouwen. Het valt gelijk op als je op de markt van Leipzig loopt. Sinds 1909 is hier het Stadtgeschichtliches Museum gevestigd, een van de grootste cultuurhistorische musea met zo’n 500.000 tentoonstellingstukken.

Bezoek aan de Oude Baumwollspinnerei
In het kader van cultuur: de oude Baumwollspinnerei in de wijk Neulindenau is opgericht in 1884 en zou uitgroeien tot een complex van bijna 10 hectare. Het terrein is nu industrieel erfgoed waar kustenaars wonen en werken. Elke dag (behalve zondag) kun je een rondleiding krijgen over het complex. Regelmatig vinden er evenementen plaats en ’s zomers is er buiten een openluchtbioscoop.


Karlovy Vary ( 58 km van Jöhstadt )
Dit stadje, ook wel Karlsbad genoemd, is het beroemdste van alle
prachtige kuuroorden die Tsjechië rijk is. Het is prachtig gelegen in de
heuvels van noordwestelijk Tsjechie, niet ver van de grens met
Duitsland. In Karlovy Vary zelf, en in de directe omgeving, ontspringen
zo'n 60 warme bronnen, die hun ontstaan danken aan het feit dat zij
onder aan de voet van het Ertsgebergte liggen. Daar heeft zich in de
loop der tijd vulkanisch gesteente ontwikkeld. De warme bronnen
leveren het geneeskrachtige zout- en zwavelhoudende water op dat
vooral een gunstige werking heeft op de spijsvertering en de
stofwisseling.
De reputatie van Karlovy Vary gaat terug tot de 14e eeuw toen de
Boheemse vorst Karel IV tijdens zijn hertenjachten de bronnen met
heilzame werking ontdekte. Het water bracht het kuuroord in de 18e en
19e eeuw internationale bekendheid. Vele beroemdheden bezochten
Karlovy Vary: Tsjaar Peter de Grote, keizerin Maria Theresia van
Oostenrijk, Goethe, Beethoven, Brahms, Tolstoi en Karl Markx om maar
wat te noemen. Van de middeleeuwen tot bijna het einde van de 16e
eeuw bestond een kuur voornamelijk uit het nemen van baden in het
heilzame warme water.
In 1522 adviseerde een arts (Payer) al het drinken van het warme
bronwater. Pas in 1764 werd door dokter Becher de eerste
wetenschappelijke chemische analyses uitgevoerd op het water van
Karlovy Vary. Dokter Becher ontwikkelde daarna een kuurprogramma.
Het bestond uit het drinken van een voorgeschreven hoeveelheid water
uit verschillende bronnen, bij de bronnen zelf (die door heel Karlovy Vary
verspreid liggen), het nemen van baden en uit veel wandelen in de frisse
buitenlucht. Vanwege de goede resultaten die de beroemde kuurgasten
bereikten, werden in de 18e eeuw meerdere zomerhuizen gebouwd en
kreeg Karlovy Vary wandelpromenades en kuurhotels.
Het Becher kuurprogramma bestaat nu nog. Men drinkt het water
rechtstreeks uit de bronnen uit speciale bekers, die overal te koop zijn in
alle soorten en maten en die voorzien zijn van een hol handvat dat als
een rietje dient. Men kan de beker in een soort garderobe in bewaring
geven. Naast het drinken van het speciale bronwater kun je in Karlovy
Vary ook terecht voor massages, modderbaden, gymnastiek en
wandelingen langs de promenade of in de omliggende bossen.
Behandelingsmethoden
In Karlsbad ontspringen op bijna 80 plaatsen warme,
hydrogeencarbonaat-, sulfaat-, en natriumchloridehoudende
waterbronnen met temperaturen tussen de 30 en 72 graden Celsius. De
grootste bron is de beroemde "Sprudel", die met de hoogste concentratie
kooldioxide 2.000 ltr mineraalwater per minuut tot 12 mtr hoog spuit. Er
zijn 26 bekende bronnen, waarvan er 13 dienst doen als drinkbron. Het
heilzame bronwater wordt toegepast als drinkkuur, badkuur of gebruikt
voor spoelingen. Natuurgas, Schlamm en Moor worden ook voor de
klassieke kuurbehandelingen ingezet.


Plauen ( 97 km van Jöhstadt )
Plauen werd in 1122 voor de eerste keer officieel vermeld. Ingebed in het dal
van de Weissen Elster wordt de stad omgeven door beboste bergen en hoge
plateaus. Het kantwerk van Plauen, een prachtige vorm van fijnmazige
textielkunst, heeft deze stad wereldberoemd gemaakt.
De thans om haar Plauener kant bekende stad wordt als vicus plave in 1122
voor het eerst genoemd. Onder de heren (Vögte) van Gera en Weida en die
van de Duitse Orde werd zij als centrum van het Vogtland planmatig
vernieuwd en verrijkt met een stenen brug (1230-1240) over de Weisze
Elster. Ondanks de verwoestingen door stadsbranden en door
bombardementen in de laatste wereldoorlog heeft de oude stadskern nog
haar middeleeuwse charme behouden.

Johanniskirche
De laatgotische hallenkerk werd opgetrokken na de grote stadsbrand van
1548 ter vervanging van een romaanse pijlerbasilica (ca. 1230) van de Duitse
ridderorde. Hiervan bleven de twee westtorens met drie- en tweepasvensters
bewaard. De driebeukige kerk heeft stergewelven en omlopende galerijen in
het inwendige. De aandacht verdienen een hooggotisch kruisbeeld (14de
eeuw) en uit de late gotiek de doopvont en het vleugelaltaar (in het schrijn
Maria tussen Johannes de Doper en een andere heilige, ca. 1510)
.
Lutherse kerk
De in 1693-1722 op driepasvormige plattegrond gebouwde begrafeniskerk
heeft in het interieur barokke dubbele galerijen. De kerk herbergt een
kunsthistorisch belangrijk laatgotisch retabel met dubbele vleugels waarvan
het reliëf in het schrijn (Bewening van Christus, ca. 1500) afkomstig is uit een
Erfurts atelier.

Oude raadhuis
De prachtige renaissancefaçade van het oude raadhuis (1508,
gerestaureerd) wordt verlevendigd door laatgotische gordijnboogvensters en
de in- en uitzwenkende topgevel met pilasters en kunstuurwerk. In 1912 werd
het gebouw verbonden met het nieuwe raadhuis.

De Göltzschtalbrücke
In 1846 werd met de bouw van deze 78 meter hoge spoorbrug begonnen,
welke in 1851 werd voltooid. Omdat er weinig tijd en geld was, is ervoor
gekozen de brug grotendeels met bakstenen te bouwen. Per maand waren er
maximaal 1736 werknemers met de bouw bezig. Door het gevaarlijke werk en
de barre weersomstandigheden heeft de bouw 30 personen hun leven
gekost. Nog steeds is dit de grootste bak-stenenbrug ter wereld! Ook is deze
brug enige tijd de hoogste spoorbrug ter wereld geweest. In totaal zijn er
meer dan 26 miljoen bakstenen voor deze brug gebruikt.


Zwickau ( 64 km van Jöhstadt )
De naam Zwickau, die van Sorbische oorsprong is, werd in 1118 als Zcwickaw voor het eerst opgetekend, maar daarmee werd nog niet de huidige nederzetting aangeduid: deze kwam later in de 12de eeuw tot ontwikkeling op de linkeroever van de Mulde, waar zich een doorwaadbare plaats bevond. Van een oppidum (stad) was in 1212 voor het eerst sprake. Het Castrum Zwickaw, het latere slot Osterstein, werd in 1292 voor het eerst genoemd. Inmiddels was de stad een vrije rijksstad geworden, die zich verbond met Chemnitz en Altenburg, de beide andere "Pleißnische rijkssteden". In 1324 werd echter markgraaf Frederik II van Meißen door de keizer met de stad beleend.

In de 14de eeuw was Zwickau ommuurd en werd er een begin gemaakt met de winning van steenkool, die pas veel later een grote vlucht zou nemen en tot in de 20ste eeuw zou voortduren. In 1403 ging vrijwel de gehele stad bij een stadsbrand in vlammen op.

De stad kwam tot grote bloei dankzij haar deelname aan de zilverwinning bij Schneeberg vanaf het eind van de 15de eeuw en de gelijktijdige opkomst van de textielnijverheid: laken uit Zwickau werd tot ver buiten Saksen afgezet. Aan het begin van de 16de eeuw waren in Zwickau radicale kerkhervormers actief: de Zwickauer profeten waren er actief, totdat ze in 1521 naar Wittenberg moesten uitwijken. In dat jaar predikte Thomas Müntzer in de stad, die in de roerige jaren daarop als een van de eerste steden in Europa in lutherse handen kwam. In deze tijd woonde ook Georgius Agricola in Zwickau.

In de 19de eeuw brak een tweede bloeiperiode voor Zwickau aan, toen de kolenwinning op industriële schaal werd voortgezet.

De auto-industrie van Zwickau begon in 1904, toen August Horch er zijn bedrijf vestigde, gevolgd door een tweede fabriek van Horch, die in 1910 de Audi Automobilwerke GmbH ging heten en in 1932 samenging met de eerste. Deze Auto-Union werd na de Tweede Wereldoorlog in West-Duitsland voortgezet en is de voorloper van het huidige Audi.

Op 17 april 1945 ontsnapte Zwickau aan het lot van veel andere Duitse industriesteden. Amerikaanse troepen naderden de stad, en een vloot van bommenwerpers was al opgestegen om Zwickau te bombarderen, toen op een kerktoren de witte vlag werd uitgestoken. De vliegtuigen bogen af en de historische stad werd onbeschadigd ingenomen.

Het Oost-Duitse VEB Automobilwerk Zwickau (vanaf 1958: VEB Sachsenring Automobilwerke Zwickau), dat de onteigende Audifabriek overnam, ging er vanaf 1957 de Trabant produceren. Tegenwoordig produceert Volkswagen Sachsen GmbH auto's in Zwickau.

In 1960 kwamen in de Karl Marxmijn bij het grootste mijnongeluk in de geschiedenis van de DDR 123 mijnwerkers om het leven.


Freiberg ( 61 km van Jöhstadt )
Deze goed bewaard gebleven historische stad behoort tot de mooiste
van Saksen. Freiberg wist zich te ontwikkelen tot het centrum van de
zilvermijnbouw en het grote stadsplein (Obermarkt) is illustratief voor haar
rijke verleden. De stad heeft een gezellig centrum met veel winkeltjes,
waaronder veel galeries en edelsmeden.en met vele bijzondere
monumentale straten en gebouwen, waaronder Slot Freudenstein, de Dom
en het raadhuis aan de Obermarkt dat tot de mooiste stadspleinen van het
land wordt gerekend. Edelmetaal en kunstnijverheid zit de stad nog altijd in
de genen.
Wist u dat het er voor Saksen zonder Freiberg heel anders had uitgezien?
Nadat marskramers hier in 1168 bij toeval zilver ontdekten, legden zij de
basis voor de groei van Saksen als één van de economisch sterkste delen
van Duitsland. Deze voorspoed zou duren tot de 20e eeuw.
Marskramers ontdekten bij toeval in 1168 het eerste zilvererts. Dit was het
startmoment voor de welvarende ontwikkeling van Freiberg in Saksen. De
stad sloeg de meeste Saksische munten en het was een belangrijk
financieel centrum tijdens de 800-jarige regeringsperiode van het Wettiner
vorstenhuis. Anna van Saksen, die in 1561 met Willem van Oranje trouwde,
kreeg van haar vader (de uit Freiberg afkomstige keurvorst Maurits van
Saksen) een bruidschat van 100.000 Saksische Taler. Een fortuin, want een
geschoolde arbeider verdiende toen 30 Taler per jaar. Met dit
huwelijkscadeau van ruim 3.000 jaarsalarissen bekostigde Willem van
Oranje mede zijn leger in de strijd tegen Spanje.
De Graaf van Meissen, die regeerde over Saksen, nam maatregelen om de
zilvermijnbouw te ontwikkelen. Hierdoor groeide Freiberg uit tot een
welvarend mijnstadje dat letterlijk dreef op het edelmetaal. In de 14e eeuw
werd Freiberg de eerste vrije mijnstad van Duitsland.
De munt in Freiberg sloeg de meeste Saksische munten en de plaats was
het financiële centrum ten tijde van de Wettiner dynastie (het vorstenhuis
dat 800 jaar regeerde). De rijkdom van weleer is nog steeds duidelijk
zichtbaar. De oude stad staat vol indrukwekkende patriciërshuizen. De
stadsmuur is ook goed bewaard gebleven. Het centrale marktplein, de
‘Obermarkt’, wordt gerekend tot één van de mooiste van Duitsland.
De ‘Mijnacademie’, opgericht in 1765, was de eerste technische hogeschool
van Duitsland. Het instituut geniet nog steeds een uitstekende
onderwijsreputatie. Een aanrader om te bekijken in de Mijnacademie is de
verzameling mineralen; één van de oudste ter wereld en belangrijkste in zijn
soort.

Zilverroute
Jaarlijks eert de stad het rijke zilverleden met een festival, waaronder een
grote geüniformeerde parade van het mijnwerkersgilde. Freiberg is één
van de mooiste stadjes in Saksen. In de monumentale straten zitten
winkeltjes, waaronder veel galeries en edelsmeden. Edelmetaal en
kunstnijverheid zit de stad nog steeds in genen.
Vanuit Freiberg loopt de ‘zilverstraat’ (Sächsische Silberstrasse) naar de
hoofdstad Dresden. Aan deze route liggen diverse bezienswaardigheden

en industrieel erfgoed op het gebied van mijnbouw en edelmetaalbewerking.


Schneeberg ( 43 km van Jöhstadt )
Het bergstadje Schneeberg ligt midden in het Ertsgebergte, in de
nabijheid van Aue, Schwarzenberg en Zwönitz. Het mooie plaatsje heeft
circa 15.000 inwoners en is gelegen aan de bekende Zilverstraat
(Silberstrasse) die van Zwickau naar Dresden loopt. Schneeberg wordt
ook wel de “Barokstad van het Ertsgebergte” of het “Zilveren hart van het
Ertsgebergte” genoemd. Meer dan 500 jaar mijnbouw vormt de basis voor
de geschiedenis en de ontwikkeling van de stad waar ook de
handwerkkunsten als houtsnijkunst en kant bewerken een grote traditie
hebben.

Centrum
Het belangrijkste kenmerk van Schneeberg is de laat gotische St.
Wolfgangskerk die op een heuvel gelegen uitsteekt boven de stad. Het
stadscentrum is na de grote stadsbrand van 1719 in barokke stijl
herbouwd en is tot op heden prachtig bewaard gebleven. Het complete
centrum valt daarom ook onder de monumentenzorg.
Raadhuis
Het eerste raadhuis werd in 1527 gebouwd door Fabian Lobwasser. Bij
de grote stadsbrand van 1719 was ook het raadhuis compleet verwoest
en in 1723 weer herbouwd. In mei 1849 sloeg het noodlot weer toe: het
raadhuis brandde weer af en onder leiding van Johann Anton Weitzer is
deze in 1852 nogmaals herbouwd. Het interieur is in 1911 en 1912
verbouwd door de Dresdner architecten Schilling en Graebner. Bijzonder
aan het raadhuis is het prachtige klokkenspel van porselein en de
afbeelding daaronder van de Bergmannen die verwijzen naar de historie
van dit bijzonder mooie stadje.


Eibenstock ( 50 km van Jöhstadt )
De gemeente Eibenstock bestaat uit verschillende dorpjes en stadjes die zijn
ontstaan door de mijnbouw rond het jaar 1400. Later kwam de “Stickerei”
(borduren) in opkomst, zoals tafelkleden. Het stadje Eibenstock is een vrij
rustig plaatsje met rond de 8000 inwoners. Bijzonder is de prachtige kerk en
het schitterende raadhuis, welke naast elkaar in het centrum te vinden zijn.
Treinliefhebbers vinden bij Wilzschaus het pittoreske stationnetje Schöneck
Süd waar verschillende wagons opgesteld staan.
Tallsperre Eibenstock
Dit prachtige stuwmeer (Talsperre) is met een inhoud van 75 miljoen m³
water en een muurhoogte van 65 meter het grootste stuwmeer van Saksen.
De rivier Zwikauer Mule wordt hier gestuwd voordat het water via de Elbe en
Hamburg in de Noordzee terecht komt. Het stuwmeer is voornamelijk
gebouwd als drinkwatervoorziening en om hoogwater tegen te gaan.